Aan deze scriptie / essay wordt momenteel gewerkt.

 

 

INLEIDING

 

Artikel 8 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt het rijden onder invloed van een stof strafbaar. Onder een stof verstaan we alcohol, drugs of medicijnen. Het is algemeen bekend dat niet alleen alcohol maar ook bepaalde drugs en medicijnen de rijvaardigheid kunnen verminderen. Gezien de stijgende lijn van het aantal verkeersongevallen onder invloed van drugs wordt dit als een steeds groter probleem gezien. Een probleem waarin de wet niet geheel voorziet.

 

Wat is het effect van drugs- en geneesmiddelengebruik op de rijvaardigheid?

 

Het effect van drugs en geneesmiddelen op de rijvaardigheid verschilt per type drug en zelfs binnen één type drug zijn er verschillen in de effecten. Het effect van cannabis is bijvoorbeeld dat de gebruiker 'high of 'stoned' wordt. Men ondervindt gevoelens van euforie, ontspanning en loomheid. De reactietijd neemt toe, de coördinatie vermindert en het geheugen raakt aangetast. Hierdoor kunnen complexe rijtaken, waarbij de aandacht over verscheidene taken verdeeld moet worden, slechter uitgevoerd worden. Ervaren drugsgebruikers zijn zich echter bewust van de verminderde vaardig-heden en passen hun rijgedrag aan. Hierdoor kunnen de negatieve effecten geringer zijn dan verwacht. In combinatie met alcohol leidt cannabisgebruik echter weer tot een extra verslechtering van prestaties (Robbe, 1994; Steyvers & Brookhuis, 1996; Shinar, 2006). Resultaten uit epidemiologisch onderzoek onderschrijven het negatieve effect van combinatiegebruik (Haworth et al., 1997; Drummer et al., 2004; Mathijssen & Houwing, 2005).

Stimulerende drugs zoals amfetamine, ecstasy en cocaïne zorgen voor een energieker en alerter gevoel. Men wordt overmoediger en gaat harder en agressiever rijden. Ook nemen bestuurders onder invloed van stimulerende drugs meer risico, terwijl de controle over het voertuig minder wordt (Shinar, 2006).

Ook geneesmiddelen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden. Het betreft dan met name de benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen, angstremmers) en codeïne. Het gebruik kan onder andere leiden tot verstrooidheid, verminderde coördinatie en een verminderd beoordelingsvermogen. De effecten verschillen echter per soort benzodiazepine. Van onder andere diazepam, flurazepam, flunitrazepam en lorazepam is bekend dat ze de controle over een voertuig verminderen. Verschillende onderzoekers ontraden het gebruik van benzodiazepines in combinatie met alcohol sterk (zie bijvoorbeeld Steyvers & Brookhuis, 1996; Shinar, 2006).

 

Prevalentie van psychoactieve stoffen onder ernstig gewonde automobilisten

(Mathijssen & Houwing, 2005).

Openluchtmuseum Arnhem
" target="_blank">Psycho-actievestof

Aandeel onder

gewonde automobilisten (N=184)

Geen psychoactieve stoffen

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">55,4%

Alcohol (BAG ≥ 0,2 promille)  

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">18,6%

Casnabis

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">3,4%

Benzodiazepines

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">3,6%

Codeïne

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">1,0%

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank"> 

Morfine

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">0,5%

Drugs-drugs

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">7,2%

Drugs-alcohol 0,2-0,8 promille

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">2,0%

Drugs-alcohol > 0,8 promille  

Openluchtmuseum Arnhem" target="_blank">8,3%